Ratings in de zorg:

een terugblik op de afgelopen 2 jaar

In het artikel ‘Rating aanvragen: de moeite waard?’ belichtten wij de vraag of het aanvragen van een rating voor een zorginstelling de moeite waard is. De overall conclusie was toen dat het aantal praktijkvoorbeelden te summier was om deze vraag goed te kunnen beantwoorden. Inmiddels is het aantal publieke ratings gegroeid en is het dus tijd voor een nieuwe analyse.

Welke ratings zijn er sinds begin 2019 bij gekomen? Hoe heeft de financieringsmarkt zich in de afgelopen tijd ontwikkeld? In dit vervolgartikel beantwoorden we opnieuw de hoofdvraag: Zijn ratings de moeite waard?

Welke ratings zijn sinds begin 2019 verstrekt?

Momenteel zijn er elf zorginstellingen met een publieke rating via Fitch. Begin februari 2019 stond de teller op vijf. Het aantal publieke ratings groeit dus langzaam maar gestaag.

De groep instellingen met een publieke rating bestaat uit een mix van type zorginstellingen die niet eenduidig is qua kenmerken, waarbij de hoogte van de omzet en de omvang van de leningenportefeuille per instelling sterk uiteenlopen.

Bij het afgeven van een rating door Fitch wordt, naast de financiële positie van de instelling, nadrukkelijk rekening gehouden met het belang van het type zorg, gekeken naar de eerder door de overheid verleende ‘support’ en naar faillissementen. Deze support beïnvloedt de ratings over de hele linie positief, waardoor die hoger uitkomen dan in het geval uitgegaan wordt van de ‘stand-alone’ financiële positie van de zorginstelling.

Beschikbaarheid van financiering?

Gesteld kan worden dat, ondanks de coronapandemie, de beschikbaarheid van financiering voor zorginstellingen over het algemeen beperkt onder druk is komen te staan.

Corona heeft de maatschappelijke steun voor de zorg goed gedaan. Bovendien heeft de coronacrisis het belang van zorg dichtbij, met voldoende capaciteit qua personeel en IC-bedden, extra bloot gelegd.

Het effect van corona op de operationele kasstromen van bijvoorbeeld de ziekenhuizen en de verpleegtehuizen is echter evident. Binnen ziekenhuizen zijn delen van de planbare zorg uitgesteld, er is soms sprake van (tijdelijke) onderbezetting binnen de Verpleeg- en Verzorgingshuizen en Thuiszorg (VVT) en investeringen in bijvoorbeeld huisvesting en digitalisering zijn vertraagd.

Voor een aantal deelsectoren is door de kwetsbare financiële posities de beschikbaarheid van financiering minder vanzelfsprekend. Dat geldt bijvoorbeeld voor instellingen actief in de geestelijke gezondheidszorg (de GGZ-sector).

Tot slot hebben de faillissementen van het Slotervaart Ziekenhuis en de IJsselmeerziekenhuizen, eind 2018, ervoor gezorgd dat sindsdien meer huiswerk moet worden verricht om de toets van de kredietbeoordelaar bij het aanvragen van financiering te doorstaan.

Diversificatie?

De financieringstrajecten waarbij ‘nieuwe aanbieders’ een deel van de leningen verstrekken, zijn op één hand te tellen. Meer diversificatie is sinds begin 2019 niet waargenomen. We scharen daarbij de Europese investeringsbank (EIB) niet onder de nieuwe aanbieders.

De kredietverlening voor de zorg via de reguliere banken zoals BNG, ING, Rabobank of ABN AMRO is ruim voorradig. Dat blijkt uit de omvang van de kredietobligo’s per zorginstelling die door die banken zijn toegekend in de afgelopen 24 maanden.

Daarnaast ervaren zorginstellingen dat het Waarborgfonds voor de Zorgsector (WFZ) momenteel actief de (on)mogelijkheden van borging onder de aandacht brengt. Dit betekent niet direct meer borging voor de sector maar is een positieve ontwikkeling. Mocht dit resulteren in een toename van het aantal borgingsverklaringen, dan zorgt dit voor een toename van de financieringsruimte. Dat vermindert de noodzaak om op basis van een rating op zoek te moeten gaan naar nieuwe financieringsloketten.

De EIB heeft haar rol als financier voor de zorgsector verder uitgebreid. In mei 2019 heeft de EIB voor de eerste keer een algemeen ziekenhuis (Diakonessenhuis) gefinancierd. Eind 2020 gold dit voor ‘s Heeren Loo als eerste GZH-instelling. Hiermee is de EIB voor steeds meer zorginstellingen een potentiële financier geworden.

Volgens ons is het aanbod van financiering via de reguliere loketten voor een paar instellingen binnen de zorgsector vooralsnog ontoereikend. Het Erasmus Medisch Centrum, met een omzet van EUR 1,9 miljard (2020) en een leningenportefeuille van meer dan EUR 800 miljoen (2020) is daar een voorbeeld van.

Lagere rente?

Een ruimer aanbod van financieringsloketten leidt over het algemeen tot gezonde concurrentie. De ‘rentedrempel’ om toe te treden als nieuwe kredietverlener voor de zorg is echter niet zomaar te slechten.

De prijs voor financiering via de reguliere loketten ligt op een competitief niveau. Voor nieuwe aanbieders, zoals verzekeraars en pensioenfondsen, die op zoek zijn naar langjarig rendement op hun uitzettingen, is het daarom niet heel aantrekkelijk om de markt te betreden. Er zijn bij ons nog geen voorbeelden bekend van zorginstellingen die kiezen voor een financiering op basis van een rating vanuit de beredenering dat die goedkoper zou zijn dan de financiering via de bestaande loketten zonder rating.

Disciplinerende werking?

Ook ‘disciplinerende werking’ kan een reden zijn om een rating aan te vragen. Maar wat is hierbij een goede rating? Wanneer is een uitkomst goed naar het oordeel van bestuur, verzekeraars of toezichthouders? En in hoeverre is de hoogte van de rating een verdienste van de instelling of van de sector? Dit zijn vragen waarop een antwoord gewenst is alvorens een externe rating in te zetten voor disciplinerende werking.

Een publieke rating is namelijk niet per definitie het meest geëigende instrument om disciplinerende werking te realiseren. In het artikel ‘Rating aanvragen: de moeite waard?’ benoemden we meerdere alternatieven, die nog steeds van toepassing zijn – en bovendien intern goed uitlegbaar.

Onafhankelijke externe partijen?

Zorginstellingen worden actief door intermediairs benaderd om ratings onder de aandacht te brengen. Dat is geen verrassing, maar dit gebeurt steeds vaker ook door adviesbureaus. Intermediairs zijn ‘transactie-gedreven’ en op zoek naar nieuwe financieringsloketten. Als adviesbureau inventariseer je vooraf de voor- en nadelen van een rating. Een uitkomst kan dan zijn dat een rating gewenst is omdat het reguliere aanbod onvoldoende is, banken geen (extra) financiering willen verstrekken vanwege de financiële positie van de instelling, of niet kúnnen verstrekken in verband met interne limieten op de omvang van het krediet per tegenpartij, waardoor nieuwe loketten nodig zijn. Het aantal recente voorbeelden waarbij dit het geval is geweest, is echter nog beperkt.

Al met al…

Het aantal ratings binnen de zorg is gestaag toegenomen, maar heeft nog niet geresulteerd in nieuwe financieringsloketten. Het aanbod van de traditionele financiers dekt nog altijd een zeer groot deel van de financieringsbehoefte in de sector tegen aantrekkelijke rentetarieven, waardoor toetreding door nieuwe aanbieders niet direct voor de hand ligt.

Een rating is van meerwaarde voor de grote(re) zorginstellingen, met omvangrijke leningenportefeuilles, die met regelmaat beroep moeten doen op de kapitaalmarkt. ‘Disciplinerende werking’ kan een reden zijn om een rating aan te vragen. Er zijn echter andere, zeker voor interne doeleinden, meer transparante manieren om dat voor elkaar te krijgen.

Als onafhankelijk adviesbureau hebben wij, dankzij jarenlange ervaring met financieringsvraagstukken en extensieve kennis op het gebied van financiering, kredietbeoordeling en ratingmodellen, een uitgebreid trackrecord opgebouwd. In een volgend artikel gaan we nader in op de stappen die een instelling moet doorlopen om te bepalen of het aanvragen van een rating voor het verkrijgen van financiering noodzakelijk is. Vanzelfsprekend vertellen we u graag al eerder meer over deze stappen.

Contact

Wilt u meer weten over ratings óf wilt u weten of een rating interessant is voor uw instelling? Neem dan Contact op met Hendrik Pons of Koen Reijnders via +31 35 692 89 89.

Deel dit artikel:

image