Op reis met bitcoins

In de afgelopen 20 jaar hebben alle industrieën de impact van technologische innovatie gevoeld. In sommige gevallen is deze impact zo groot geweest dat er ontwrichting heeft plaatsgevonden. Een duidelijk en vaak gebruikt voorbeeld is de reisindustrie, waar partijen als AirBnB en Booking.com nu grote spelers zijn die 20 jaar geleden nog niet bestonden.

Als we sec naar de financiële industrie kijken, is de impact hier relatief beperkt gebleven. Hoewel innovatie wel verandering teweeg heeft gebracht – denk hierbij aan mobiel bankieren – zijn het businessmodel en de belangrijkste spelers ongewijzigd gebleven. Over het algemeen geldt nog steeds dat spaarders hun geld naar de bank brengen en dat ze niet allemaal tegelijk hun geld zullen opnemen. Banken weten dit en gebruiken een deel van het spaargeld om leningen uit te geven. Voor veel banken zijn de schulden (spaargeld) daarom kortlopend en liquide, terwijl de bezittingen (leningen) langlopend en grotendeels illiquide zijn. Dit maakt dat banken inherent instabiel zijn. Ter mitigatie is er een lendor-of-last-resort nodig, dit is de overheid die instapt om de banken te redden als het fout gaat. Om het morele risico dat hierbij ontstaat tegen te gaan, vindt toezicht plaats. Dit model staat nog steeds. De meeste mensen ontvangen nog steeds hun salaris via de bank en betalen ook nog steeds hun huur via de bank. Verder bieden banken nog altijd oplossingen voor grotere vragen als een hypotheek of een studentenlening.

Wat niet is, kan nog komen: er vinden interessante ontwikkelingen plaats die ook de financiële industrie zouden kunnen ontwrichten. Een van die ontwikkelingen is de opkomst van betalingsapps en neobanken, waar ik eerder over schreef. Een andere ontwikkeling is de opkomst van virtuele munten.

Virtuele munten dienen als middel om betalingen mee te doen. De betalingen kunnen worden gedaan in een specifieke virtuele community. De uitgever van de virtuele munt kan een niet-financiële partij of een private partij zijn, en op het uitgifteproces vindt geen toezicht plaats vanuit de overheid. Voor elke virtuele munt gelden wel regels voor hoe en waar deze mag worden gebruikt en ook via welke infrastructuur de betalingen worden gedaan. Deze regels zijn inherent aan de virtuele munt en niet opgesteld door de overheid. Een voorbeeld van een virtuele munt is de bitcoin.

Bitcoin functioneert onafhankelijk van overheden, banken of andere instellingen. Betalingen met bitcoins worden niet via de bank gedaan, maar via een vereiste software, de wallet. Elke gebruiker heeft een openbare sleutel en een private sleutel. De openbare sleutel kan worden gezien als een rekeningnummer terwijl de private sleutel een pincode voorstelt. Ter illustratie: Als persoon A drie bitcoins naar persoon B wil sturen, voert persoon A via de wallet de transactie uit door de openbare sleutel van persoon B in te vullen en deze te ondertekenen met de private sleutel van zichzelf. Deze transactie wordt vervolgens ter verificatie voorgelegd aan de bitcoin-community.

Bij het verificatieproces halen speciale bitcoin communityleden (miners genoemd) eens per 10 minuten alle transacties op die in die afgelopen 10 minuten hebben plaatsgevonden. De opgehaalde transacties worden ‘blocks’ genoemd. Deze miners verifiëren de transactie door deze block toe te voegen aan de ‘blockchain’, een lijst van alle geregistreerde bitcoin-transacties. Omdat de blockchain alle historische transacties bevat, kan ermee worden bepaald hoeveel bitcoins elke wallet zou moeten hebben. In de praktijk is veel computatiekracht nodig om deze verificatie uit te kunnen voeren. De prikkel voor de miners om de verificatie uit te voeren, ligt in het feit dat zij er bitcoins voor kunnen krijgen.

Als de bitcoin-community in omvang groeit en tegelijkertijd ook het aantal instanties dat betalingen in bitcoins accepteert forst stijgt, worden een heleboel transacties dus niet meer via de bank gedaan, maar parallel via een andere infrastructuur. Het traditionele businessmodel van een bank krijgt in dit geval te maken met een uitdaging, omdat consumenten geen bankrekening meer nodig hebben om geld te ontvangen en betalingen te doen. Ook verliezen overheden invloed, omdat monetair beleid niet alle consumenten via de banken bereikt.

Op korte termijn zal de bitcoin niet als algemeen aanvaard ruilmiddel gebruikt kunnen worden. Belangrijkste redenen daarvoor zijn dat de koers te volatiel is, er weinig tot geen toezicht is, het verificatieproces te lang duurt (het kan 30 minuten duren voor een betaling succesvol is gedaan), het verificatieproces heel veel energie kost en betalingen in bitcoins nog niet door overheden/centrale banken worden geaccepteerd. En dat de bitcoin niet al snel wordt aanvaard als ruilmiddel, is maar goed ook, want besluiten over spaargeld van mensen zouden gepaard moeten gaan met toezicht en vertrouwen; de overheid staat garant.

Dit betekent niet dat de toename van de populariteit van de bitcoin en andere virtuele munten genegeerd kan worden. Het is een signaal dat banken en overheden zou moeten stimuleren om te onderzoeken wat de behoefte van de mensen voedt om virtuele munten te kopen. Door hierin te voorzien wordt het systeem, dat in de loop van een paar honderd jaar is ontstaan, niet overboord gegooid, maar met technologische innovatie verbeterd.

Vragen of opmerkingen?

Neem contact op met de schrijver van deze column, Zaid Siddiqi

via +41 44 577 70 10.

image