Hoe de Volksbank haar kredietrisicomodel verder aanscherpt

De afdeling Credit Risk Modelling van de Volksbank stond voor een uitdaging om nieuwe regelgeving te implementeren, waaronder nieuwe default-definiëring, de basis van de kredietrisicomodellen. Om twee modeltrajecten tegelijk te kunnen uitvoeren, riep de bank hulp in. “Hij bleek ‘one of the few’ te zijn die naast het LGD-deel ook het PD-stuk kon doen.”

image

De Volksbank, het moederbedrijf van SNS, ASN Bank, RegioBank en BLG Wonen, is de vierde bank van Nederland. De bank biedt haar 3,2 miljoen klanten hypotheken, betaal- en spaarrekeningen, en in mindere mate ook verzekeringen en beleggingsproducten. Een belangrijk onderscheid met de andere Nederlandse grootbanken is de sociale oorsprong van de vier dochterbanken, die zich uit in een focus op de Nederlandse samenleving van consumenten, zelfstandig ondernemers en het midden- en kleinbedrijf. Zo helpt de SNS mensen met hun geldzaken, financiert de ASN Bank duurzame projecten, stimuleert de RegioBank lokaal ondernemerschap en kunnen starters bij BLG Wonen een hypotheek krijgen.

Van framework naar validatie

Als retailbank heeft de Volksbank vooral particuliere-, spaar- en betaalklanten. De bank heeft dus geen grote zakelijke portefeuille. “In het afgelopen jaar heeft een klein deel van onze spaar- en hypotheekklanten financiële stress gevoeld door de coronacrisis. De Volksbank heeft een aantal bestaande maatregelen paraat staan die kunnen worden ingezet om deze klanten te helpen. Deze hebben wij eerder al ontwikkeld om klanten te kunnen helpen in periodes dat het financieel tegenzit. We hebben tot nu toe ruim 1.500 klanten kunnen helpen met regelingen”, vertelt Guido van Baal, die binnen de Volksbank verantwoordelijk is voor de afdeling die zich bezighoudt met het modelleren van kredietrisico. “Ondertussen hadden we vorig jaar meerdere projecten lopen voor het ontwikkelen van modellen met een toezichthouder-deadline die we keurig hebben gehaald.”

Het team van Van Baal bestaat uit 17 medewerkers, waaronder modelleurs, projectmanagers en dataspecialisten. Zo’n vier jaar geleden splitste het team zich af van de grotere afdeling die het samen met Market Risk Modelling vormde. De afdeling Credit Risk Modelling ontwikkelt modellen voor zowel de hypotheekportefeuille als de zakelijke portefeuille, zoals IRB (internal ratings-based)-modellen en IFRS (International Financial Reporting Standards)-modellen.

Guido van Baal

Van Baal legt uit hoe de modellen tot stand komen: “Het ontwikkelen van een kredietrisicomodel begint met het bouwen van een framework, een procesmatig stappenplan waarin staat beschreven wat er allemaal moet gebeuren. Uitgangspunt hierbij is de relevante wet- en regelgeving. Parallel daaraan verzamelen we allerlei data. Als het proces is uitgedacht en we alle data hebben, kan het modelleren daadwerkelijk beginnen. Dat houdt in dat we de data gaan analyseren. Dit doen we onder andere met expertsessies, om te toetsen of het gedrag wat we observeren in de data overeenkomt met de verwachtingen. Vervolgens toetsen we diverse modelmethodieken om te zien welke kanttekeningen ze hebben en kiezen we een ‘fit-for-purpose’-methodiek. Zodra de keuze is gemaakt voor een bepaalde modelmethodiek, gaan we risk-indicatoren selecteren om tot een prototype model te komen. Daarna kalibreren we het model zodat de modelvoorspelling en realisatie goed aansluiten. Dit alles wordt ten slotte getest en gedocumenteerd. Als laatste interne stap gaat het geheel naar een onafhankelijke interne afdeling die de modelvalidatie doet. En dat bepaalt of we wel of niet met het model verdergaan met externe goedkeuring aanvragen. Een significante aanpassing aan een IRB-model moet ook ter goedkeuring worden voorgelegd aan de ECB en pas na goedkeuring vanuit ECB mag het model daadwerkelijk gebruikt worden.”

Twee modeltrajecten

In 2018 begon het team aan een model-ontwikkeltraject van een nieuw kredietrisicomodel, dat vervolgens eind 2018 ter beoordeling werd aangeleverd bij de toezichthouder. Omdat het model nog niet volledig aan de nieuwe regelgeving voldeed werd door toezichthouder besloten geen onderzoek naar goedkeuring uit te voeren. Van Baal: “Vervolgens hadden we de verplichting om ons kredietrisicomodel aan te passen vanwege de nieuwe default-definiëring, die aangeeft wanneer klanten met een lening in gebreke blijven. Dat moest vóór 30 juni 2020 gebeuren. We moesten dus twee modeltrajecten tegelijk gaan uitvoeren. Daarom besloten we onze afdeling op te splitsen in een team dat werkte aan de herontwikkeling van het bestaande model vanuit de juiste default-definitie, en een team dat zich zou gaan storten op een compleet nieuw model, waarin de bevindingen van de toezichthouder zouden worden verwerkt. Het probleem was echter dat we onvoldoende capaciteit hadden om die twee grote projecten tegelijk te doen. In eerste instantie kwamen we uit bij een aantal zzp’ers die een specifiek deel van de opdracht konden doen. Maar we zochten juist ook specialisten die meer het bredere vakgebied beheersten. En zo kwamen we uit bij Zanders. John de Kroon had net een opdracht afgerond bij een andere bank waar de nieuwe definitie van default was geïmplementeerd.”

John de Kroon en Guido van Baal zittend op de echte Volksbank

Van LGD naar PD

Voor de te ontwikkelen modellen zocht Van Baal iemand met ervaring op het gebied van loss given default (LGD)-modellen. “Maar op het moment John net bij ons was gestart, veranderden allerlei zaken en moest er worden geschoven binnen het project. We zochten iemand die goed thuis was in probability of default (PD)-modellen. Toen bleek John ‘one of the few’ te zijn die ook dat PD-stuk kon doen. Het was erg prettig dat we het dus zo konden oplossen.”

Na in mei 2020 te zijn begonnen met het LGD-model, verschoof zo de opdracht voor Zanders, dat eerst hielp bij de ontsluiting van de data voor het PD-deel, om vervolgens bezig te gaan met de ontwikkeling van het PD-model. Het is een IRB-model, dat gebruikt wordt om kapitaalvereisten mee te berekenen. In april 2021 is het opgeleverd voor interne validatie. Van Baal: “Dit PD-model moet worden gebruikt om onze risk weighted assets (RWA) mee te berekenen. Daarom moet ook de ECB als toezichthouder goedkeuring op deze modellen geven.

Je mag ze dus pas gebruiken als zij vinden dat het model aan de regelgeving voldoet, voldoende prudent is, en dat alle stappen goed zijn gevolgd. Dat is een intensief traject en we verwachten dat het model eind Q2 van 2022 beoordeeld is. Uit de final decision van de ECB die daarop volgt, moet dan duidelijk worden in welk kwartaal het model daarna in gebruik wordt genomen. Tegen die tijd zijn ook het onderliggende dataplatform en de model-engine gereed en kunnen we elke maand voorspellingen maken voor elke klant in onze portefeuille.”

Ook aan de voorkant te gebruiken

Daarnaast zit er nog een extra component in het PD-model verwerkt, zegt Zanders-consultant John de Kroon: “De Volksbank gaat het model ook in de business gebruiken voor het beoordelen van nieuwe aanvragen. Met de omvang van een lening waar iemand een aanvraag voor doet en de karakteristieken die diegene heeft, kan het model een schatting geven van de kredietwaardigheid, waarbij de bank in combinatie met de menselijke inbreng van de kredietbeoordelaar kan besluiten of een kredietaanvraag wel of niet wordt geaccepteerd. Zo ondersteunt het model ook de business.”

Van Baal: “Het afdekken van kredietrisico is een vereiste vanuit de regelgeving en natuurlijk ook vanuit de bank zelf. Als je een model hebt dat het risico voorspelt, gebruik je het voor je rapportage en je kapitaal berekeningen. Maar het is dan natuurlijk ook goed om het in te zetten ter ondersteuning van het klantselectieproces. Het is in die zin niet alleen een regulatory capital model, maar ook een client acceptance model. Met andere woorden: we gebruiken het model dan niet alleen aan de achterkant, maar ook aan de voorkant – de business. Dat is voor ons een nieuwe werkwijze; voorheen gebruikten we daar een aparte scorecard voor.”

De kracht van monitoren

De data die in het model worden gestopt, zijn macro-economische data, zoals werkloosheid, maar ook specifieke klant- en leningkarakteristieken. “Zo kun je bijvoorbeeld de effecten van het afgelopen jaar, waarin de coronacrisis de economie verstoorde, terugzien. Met een model loop je echter eigenlijk altijd achter op de werkelijkheid. Je moet dus altijd goed blijven monitoren – daar zit de kracht van goed modelbeheer in. Het model moet over meerdere jaren heen goed zijn; de pieken en dalen moeten elkaar compenseren naar een zo kloppend mogelijke gemiddelde waarde”, licht Van Baal toe.

Beide modelontwikkelingstrajecten maken onderdeel uit van een breder verbeterplan, zegt Van Baal. “Naast het aanpassen van de modellen hebben we ook een nieuwe policy, en daarmee een beter fundament gecreëerd voor het bouwen van onze modellen.” Intussen helpt Zanders verder mee aan de ontwikkeling van het Downturn LGD-model en Margin of Conservatism. “En dat loopt nog door tot einde van de zomer.”

Meer weten over (onze support bij) kredietrisicomodellering? Neem dan contact op met John de Kroon via +31 35 692 89 89.

image