Een kijk van experts op spaargeldmodellering

“Het is allemaal afhankelijk van expertise, data en gezond verstand”

De lage rente heeft banken geconfronteerd met structurele veranderingen in klantgedrag en convergerende producten zoals spaar- en betaalrekeningen. ING, een van Europa's grootste spelers op de spaarmarkt en al lange tijd klant van Zanders, heeft zichzelf gepositioneerd als een van de koplopers in deze omgeving. We spraken met Tom Tschirner (hoofd marktrisico bij ING Duitsland) en Maarten Hummel (eigenaar van spaarmodellen binnen de ING Groep) om hun mening te horen over modellering en balansbeheer in deze uitdagende tijden.

In sommige Europese landen lijken de spaarrentes een limiet te hebben bereikt, waarbij ze ondanks dalende rentetarieven nu al een paar jaar op hetzelfde niveau blijven. Dit zou duiden op een structurele verschuiving waarbij de relatie tussen rentetarieven en spaartarieven is verbroken. Hoe kunnen banken spaargeld modelleren in deze ongekende situatie?

Tschirner: “De situatie is overal anders. Tussen de landen waar we actief zijn, varieert de wet- en regelgeving erg. In landen als Italië en België verbiedt de wet bijvoorbeeld verdere verlagingen van de rentetarieven. In Duitsland is deze wettelijke beperking daarentegen niet van kracht. Vanuit een modelperspectief introduceert dit een heel andere dynamiek.”

Hummel: “Het lijkt erop dat alle banken worstelen met de impact van deze lage rentetarieven op het gedrag van hun klanten. De echte geschiedenis, om in onze modellen te gebruiken, ontbreekt. Om toekomstgerichte scenario's te ontwikkelen en te weten hoe we deze scenario's moeten modelleren, werken we daarom nauwer samen met de business.”

Hoe weeg je de voorspellingen van experts in ongekende scenario’s af versus historische observaties?

Tschirner: “De politieke wind is gericht op het gebruik van data. Het wordt steeds uitdagender om een toezichthouder te overtuigen met een expertmening. Om het gemakkelijk te maken, moet je zoveel mogelijk gegevens gebruiken, omdat die niet kunnen worden aangevochten. Er zijn echter situaties, zoals die we nu hebben, waarin je gewoon geen of zeer beperkte data hebt. En dan moet je de voorspellingen van experts benutten. De vraag is dan: hoe goed kunnen die experts zijn? Nu hebben we geen data, maar ook geen ervaring met de huidige situatie. Wat dan belangrijk wordt, is te proberen geen domme dingen te doen. Het is belangrijk om te weten wat concurrenten doen. Als je er bijvoorbeeld achter komt dat hun deposito's gemiddeld genomen worden gemodelleerd voor de duur van drie jaar en je eigen model geeft aan dat je zeven jaar moet gebruiken, neem dan een moment om te heroverwegen – zeker als je niet genoeg data en expertise hebt.”

Maarten Hummel

"De echte geschiedenis, om in onze modellen te gebruiken, ontbreekt"

Wat is precies jullie rol hierin als marktrisicomanager?

Tschirner: “Onze rol is om er altijd voor te zorgen dat er voldoende gezond verstand rond de tafel zit en dat iedereen die op de een of andere manier door het model wordt beïnvloed, de mate weet waarin het afhangt van de mening van experts, data, concurrentie en gezond verstand.”

Hummel: “We moeten er altijd zeker van zijn dat we de dynamiek in de toekomstgerichte scenario's begrijpen en kunnen verklaren; hoe de bank reageert, hoe de klanten reageren, wat gebeurt er in de bredere spaarmarkt, et cetera. Er moet een logica zijn om de scenario-uitkomsten te verklaren, zowel voor de spaarportefeuille als voor de totale balans. We kijken altijd naar wat het voor de bank als geheel betekent, bijvoorbeeld: hoe beheren we in zo'n situatie de totale bank? Het is dus niet alleen een simpele oefening met een spaarmodel op basis van historische data om de antwoorden te krijgen – belangrijker is dat je de algehele plausibiliteit beoordeelt. Daarom nemen we bij het kalibreren van onze spaarmodellen nu meer tijd om de scenario's diepgaand te bespreken met de verschillende stakeholders bij de bank.”

Betekent dit dat zowel kwantitatieve als kwalitatieve elementen aan bod komen?

Hummel: “De strategie van de business is leidend. We gebruiken een wereldwijd raamwerk voor die strategie om te kijken hoe die verloopt in een bepaalde omgeving. Vervolgens moet je discussiëren over de vraag of die strategie echt zal gelden in de meer ernstige scenario's. We houden dus wel rekening met scenario's in een meer kwalitatieve strategiebespreking. We moeten kijken naar de markt, onze eigen balans en hoe we gepositioneerd zijn. Dat is een interessante discussie.”

In hoeverre spelen restricties aan de kredietzijde daarbij een rol?

Hummel: “Het uitgangspunt is om zelfstandig naar de spaarportefeuille te kijken, maar op een gegeven moment ontkom je niet aan de rest van de balans. Als ik bijvoorbeeld een 50-jarige financiering krijg, waar ga ik die dan beleggen en wat is dan de waarde van mijn financiering? Er moet worden nagegaan of de waarde die eraan is verbonden klopt.”

Tschirner: “Uiteindelijk, als het gaat om het modelleren van spaargeld, is de vraag die we proberen te beantwoorden: hoe moeten we het geld investeren dat we van onze klanten krijgen? En kun je dat geheel onafhankelijk van de vermogenssituatie doen? Hoogstwaarschijnlijk niet. Als het model je vertelt om het geld vijftig jaar te investeren, maar dergelijke activa niet in de economie aanwezig zijn, dan is het model niet erg behulpzaam. Ik zou niet zeggen dat het gaat om de individuele situatie van de bank, maar meer om de economie of het land. Dus: hoe gemakkelijk is het om activa op lange termijn te vinden in Duitsland, Polen of België? Dat speelt echt een belangrijke rol bij het modelleren van spaargeld. Een jaar geleden had ik er wellicht niet zo naar gekeken, maar nu ben ik daar behoorlijk van overtuigd.”

Hebben de lage spaarrentes invloed op de relatie tussen de saldi op betaalrekeningen en spaarrekeningen?

Hummel: “Vroeger was het idee dat deze verschillende functies hadden; één voor de transacties en één om rente mee te verdienen. De prikkel aan de spaarkant is inmiddels grotendeels verdwenen. Het is dan onvermijdelijk dat er veel meer geld op de betaalrekening blijft staan. De vraag is vervolgens: hoe kun je het spaargeld nog van het betaalrekeninggeld scheiden? De klant neemt niet de moeite om het op de spaarrekening te zetten, want de rente is hetzelfde. Maar omdat we voorbereid moeten zijn op een scenario waarin de rentetarieven weer aanzienlijk zullen stijgen, blijven we dat geld beschouwen als spaargeld. Je hebt data nodig om de hoeveelheid aan betaalgeld te identificeren en dat te scheiden van het spaargeld. De tarieven zijn al lange tijd laag, dus voor een nieuw gestarte bank zal dat erg moeilijk zijn.”

Een groot deel van de Duitse ING-klanten is relatief nieuw. Is het daardoor moeilijker om aan de juiste data te komen?

Tschirner: “Hier kun je op verschillende manieren naar kijken, maar wat we duidelijk zien, is dat het gemiddelde saldo op de betaalrekeningen behoorlijk sterk toeneemt. Je kunt de geschiedenis opnieuw bekijken en proberen een trend te vinden, om te zien wat de gemiddelde saldi zouden zijn als de rentes hoger zouden liggen. Of je kunt naar intra-maandelijkse patronen kijken, zoals salarissen en huurbedragen. Als er een drempel is waarboven je geen patroon meer vindt, dan lijkt het meer op een spaarrekening. Dit zijn twee benaderingen om te bepalen welk deel moet worden gemodelleerd als echt betaalgeld en welk deel als spaargeld. Er is nog geen norm, maar gezien de aandacht vanuit de regelgeving, zullen we komend jaar wel een sectorstandaard vinden.”

"Onze rol is om er altijd voor te zorgen dat er voldoende gezond verstand rond de tafel zit"

Tom Tschirner

Is het een veel voorkomende blinde vlek dat de segmentatie tussen die twee niet expliciet wordt gemodelleerd?

Tschirner: “Het is niet het grootste probleem dat we hebben. Maar, ja, je hebt een model nodig. Voor een echt goed model heb je echter alle onderdelen van de cyclus nodig; je zou ook een observatie moeten hebben vanaf een moment dat de rentetarieven stijgen – en dat heb je niet.”

Hummel: “Mee eens, je hebt een volledige cyclus nodig. De uitdaging is dat je voor elke oplossing die je hiervoor inzet een exitstrategie nodig hebt. Dus zodra de spaarrente weer omhoog gaat en de marktrente hoog is, bouw je geleidelijk het spaargeld op je betaalrekening af. Ondertussen is elke klant anders. Er zijn verschillende soorten klanten en je hebt gegevens nodig over hoe de samenstelling van die klanten in de loop van de tijd verandert.”

"Je hebt data nodig om het bedrag aan betaalrekeninggeld te identificeren en dat te scheiden van het spaargeld"

Tschirner: “In Duitsland groeit ING en neemt het aantal rekeningen enorm toe. We weten ook dat de gemiddelde leeftijd van onze klanten is gestegen. Je zou kunnen stellen dat oudere klanten hogere saldi op hun rekeningen willen hebben en dat ze niet verschuiven wanneer de tarieven rond de nul liggen. Maar als je naar data kijkt, is het verschil niet te zien. En er is geen op data gebaseerde manier om dit uit elkaar te houden. Dat maakt het een uitdaging om spaargeld te modelleren.”

Zanders & Spaargeldmodellering

Zanders heeft meer dan 15 Europese banken ondersteund bij de ontwikkeling, validatie en outsourcing van risicomodellen voor variabele tegoeden.

Ons aanbod en expertise is in te zetten binnen de gehele modelleercyclus, denk aan onderwerpen als: • Kalibratie van modellen voor variabele tegoeden-portefeuilles gebaseerd op historische data en expert judgement. • Onderbouwing van de modelmethodiek en belangrijkste modelassumpties. • Continue model-updates op basis van recente markt- of portefeuille-ontwikkelingen.

De door Zanders ontwikkelde Savings Modelling Solution ontzorgt banken op het gebied van risicomodellering voor variabele tegoeden door gebruik te maken van efficiënte kalibratie, state-of-the-art tooling en gefundeerde kennis van zaken. Lees meer over hoe we uw organisatie kunnen ondersteunen of vraag een demo aan op onze website.

Contact

Wilt u meer informatie over spaargeldmodellering? Neem dan contact op met Pim Stohr of Geert Jan den Hertog via +31 35 692 89 89.

Deel dit artikel:

image