Kiezen voor beperkte kansenongelijkheid

Terwijl wetenschappers en politici het niet altijd eens zijn over het plan hoe de coronapandemie te bestrijden, bestaat er over één aspect geen misverstand: de economische crisis waar we als gevolg ervan in terecht zijn gekomen, kan zich ontwikkelen tot een omvang die voor ons allen ongekend is. Overheden over de hele wereld zijn gealarmeerd en doen hun best om zowel de medische als de economische schade te beperken. Hierdoor neemt de overheidsschuld sterk toe en de manier waarop deze terugbetaald moet worden, heeft enorme gevolgen voor de maatschappij; de kloof tussen arm en rijk alsmede de ongelijkheid in kansen kunnen vergroot worden.

Volgen er bijvoorbeeld enorme bezuinigingen op de zorg, het onderwijs en/of de pensioenen? Steun vanuit de samenleving voor dergelijke maatregelen is moeilijk te verkrijgen, niet alleen omdat het coronavirus de vraag naar zorg (de ‘reguliere zorg’ heeft stilgestaan) en onderwijs (leraren, scholieren en studenten hebben een tijd thuis gezeten) heeft vergroot, maar ook omdat er vóór de uitbraak van het virus al weinig tot geen ruimte voor bezuinigingen was.

De overheid zou er ook voor kunnen kiezen om de schuld niet terug te betalen, in de hoop dat deze relatief daalt ten opzichte van het Bruto Nationaal Product (BNP). Dit is mogelijk als de som van de reële groei van de economie en de inflatie hoger is dan de rente die de overheid betaalt op de staatsschuld. Na de tweede wereldoorlog is deze strategie, met name voor de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk, erg effectief gebleken. De strategie heeft destijds gewerkt doordat de overheid enerzijds tolerantie had voor hoge inflatie en anderzijds de rente op de overheidsschuld laag hield door te belemmeren dat investeerders elders hogere rentes konden krijgen (bijvoorbeeld door rentelimieten in te stellen). De investeerders werden als het ware gedwongen om hun geld aan de overheid te lenen.

Heden ten dage zou het vanwege de globalisering en de technologie een stuk lastiger zijn voor de overheid om de rentes anders dan die op overheidsschuld laag te houden. Wat wél kan, is tolerantie hebben voor een hoge inflatie: de overheidsschuld zou dan relatief ten opzichte van het BNP dalen. Echter, de premie die men op de markt betaalt om zich te verzekeren tegen toekomstige inflatie is de afgelopen tijd gedaald, waaruit we kunnen afleiden dat de markt geen verhoging van de inflatie verwacht.

Als de inflatie laag blijft of daalt, kunnen centrale banken staatsschuld opkopen (Quantitative Easing) en de kosten om geld te lenen verlagen. Het opkopen van staatsschuld betekent concreet dat de centrale bank geld drukt in de vorm van reserves in het financieel systeem en daarmee schuld opkoopt. De centrale bank betaalt rente op de reserves. Aangezien de centrale bank tot de overheid wordt gerekend, wordt de rente die de overheid op de staatsschuld betaalt ingeruild tegen de rente die betaald moet worden op de reserves van de centrale bank. Dit gaat goed zolang de nominale rentes laag zijn. Als we te maken krijgen met een stijging van de inflatie en de centrale bank de rente moet verhogen, verandert de situatie. De overheid staat dan voor een dilemma: Zou de centrale bank de rente verhogen zodat de belastingbetaler de rekening betaalt, of zou de centrale bank de rente laag houden en de inflatie laten stijgen?

Een stijging van de inflatie hoeft voor de vermogende particulieren binnen de samenleving niet slecht uit te komen. De waarden van vastgoed en aandelen stijgen met de inflatie mee, terwijl de waarden van schulden (zoals de hypotheekschuld) relatief dalen. De rest van de samenleving, dat wil zeggen de mensen zonder kapitaal, gaat er echter op achteruit als de lonen niet evenredig stijgen met de inflatie.

Een hogere inflatie kan dus een herverdeling van de welvaart tot stand brengen die de kloof tussen arm en rijk vergroot en de kansenongelijkheid verhoogt. Mijn voorkeur gaat daarom in deze situatie ernaar uit om, in plaats van de inflatie te laten oplopen, gericht belastingen te heffen. De rekening van de coronapandemie wordt dan zodanig betaald, dat de kloof tussen arm en rijk alsmede de ongelijkheid in kansen beperkt blijft. Met een beperkte kansenongelijkheid wordt talent beter benut, en dat is hard nodig als we kijken naar de uitdagingen waar we als samenleving voor staan.

Vragen of opmerkingen?

Neem contact op met Zaid Siddiqi

via +41 44 577 70 10.

image