Warmte

uit eigen cloud

In de energietransitie zoeken nog veel vastgoedeigenaren naar een zowel duurzaam als betaalbaar alternatief voor hun vaak nog fossiele warmte-opwekking. Intussen neemt, als gevolg van steeds snellere technologie, bij veel publieke en private instellingen de behoefte aan een snelle, veilige duurzame cloud toe. Naast groene stroom zijn we nu ook toe aan groene data. Door deze twee behoeften te verbinden, ontstaat een aantrekkelijke combinatie voor onder meer woningcorporaties en zorginstellingen.

In het steeds groter groeiende digitale landschap bezitten reuzen als Google, Microsoft, IBM, Alibaba en Amazon samen driekwart van de cloudmarkt. Als bezitters en aanbieders van centrale cloudoplossingen bouwen zij grote datacenters vol met servers voor rekenkracht en om data van bedrijven en particulieren wereldwijd op te slaan en met bevoegde gebruikers te verbinden.

“Deze centrale benadering heeft ook nadelen” zegt Erwin Giesbers, CEO van het innovatieve bedrijf GreenEdge, dat een ‘groene cloud’ ontwikkelt. “We ontwikkelen een groene cloud. Deze cloud is veel duurzamer omdat we onze servers niet in een datacenter plaatsen, maar op zogenaamde 'edge-locaties'. In traditionele datacenters wordt alle warmte die de servers produceren met behulp van koelinstallaties, die zelf ook veel energie gebruiken, weggenomen en de lucht in geblazen. Wij zetten de servers op strategische plekken neer waardoor de warmte nuttig kan worden hergebruikt, bijvoorbeeld in een appartementengebouw, hotel, zwembad of sporthal.”

Veiligheid, beschikbaarheid en energieverbruik, daar draait het bij datacenters om volgens Giesbers. “Hoe groter, hoe centraler en hoe meer stroom er naar een specifieke locatie moet. Dat gaat ten koste van andere energieafnemers”, legt hij uit. “Een stad als Amsterdam heeft geen ongelimiteerde energiecapaciteit en wil daarom dat er geen datacenters meer bijkomen – die verbruiken simpelweg te veel energie.”

Decentrale dataopslag

Veel centrale overheden, gemeenten en andere publieke dienstverleners, die gebruik van de cloud willen maken, zoeken de oplossing liever niet bij één van die vijf grote centrale cloudaanbieders. Volgens Giesbers speelt de onzekerheid over de veiligheid en beschikbaarheid van de data daarbij een belangrijke rol. “Als je data bij een van de buitenlandse cloudreuzen staat, ben je in principe aan hen overgeleverd. Daarbij komt dat een decentraal netwerk veel moeilijker te hacken en ‘down’ te krijgen is. Data staat daar namelijk op een grote hoeveelheid individuele plekken, waar in veel gevallen geen afzonderlijke relevante informatie te halen is. Een 100% decentraal netwerk kan volgens het principe van peer-to-peer werken; je beschikt dan alleen over informatie wanneer je verschillende computersystemen met elkaar combineert. En als een van de stukjes ontbreekt of defect is, maakt dat niet uit omdat die losse stukjes ook op veel andere plekken in het netwerk staan.” Ook ziekenhuizen hebben moeite om hun IT-behoeftes naar de cloud te brengen. Als ze gebruik gaan maken van een gedistribueerd, decentraal datacenternetwerk, staat een deel van die infrastructuur bij hen en diverse andere ziekenhuizen. En hoewel er ook data bij een concurrent staan, het staat er heel veilig.

Een private cloud

Een eigen decentrale cloud biedt volgens Giesbers meer voordelen. “Alle gebruikers van het netwerk weten waar hun data staat. Het is niet nodig om voor elke organisatie een eigen cloud te bouwen en beheren, maar soms is het noodzakelijk. Denk aan de politie, belastingdienst of een zorginstelling. Die willen bijvoorbeeld dat de data private is, maar niet in de absolute zin dat alleen zij er gebruik van kunnen maken. Door de hardware op een aantal kantoren te plaatsen wordt een single point of failure vermeden. Deze cloud kun je zien als een gebundelde groep trusted minidatacenters.”

In Nederland ligt bijna overal glasvezel. En omdat we in ons land zo makkelijk verbindingen kunnen leggen tussen allerlei verschillende plekken, is het volgens Giesbers heel geschikt om hier een decentraal datanetwerk te bouwen. Maar waarom dit dan niet eerder is gedaan? “Zonder glasvezel geen decentraal netwerk en de ontwikkeling van 5G helpt daar ook bij. Daardoor kun je ook verbinden met de meer afgelegen plekken, waar de glasverbinding nog niet aanwezig is.”

Olie-gekoelde systemen

In een normaal datacenter genereert de elektriciteit waarop servers draaien warme lucht van ongeveer 30 graden. Met zijn bedrijf GreenEdge biedt Giesbers dus cloud computing verdeeld over kleinere Cloudboxes, die samen een decentraal datacenter vormen bij publiek en private instellingen. Met de inzet van deze Cloudboxes is GreenEdge in staat de grote hoeveelheid hete lucht uit, die conventionele, luchtgekoelde datacenters uitstoten, te hergebruiken. De olie-gekoelde systemen leveren de warmte via een warmtewisselaar aan het watersysteem. “In het systeem zetten onze servers hun restwarmte om in water met een temperatuur van ruim 60 graden”, vertelt Giesbers. “Dit warme water wordt opgeslagen in boilers voor verwarming en tapwater. De afzet is dicht bij de bron. Omdat de warmte dichtbij de opwekplek wordt gegenereerd, zijn transportkosten bovendien minimaal.”

Hoger energielabel

Waar de pilots met dit concept vooral liepen bij individuele woningeigenaren, richt het bedrijf zich nu op de grotere partijen, zoals de flats van woningcorporaties, gemeenten, provincies, ziekenhuizen en andere zorginstellingen. Giesbers: “Voor dergelijke partijen is dit een goedkope manier om een complex te vergroenen en een hoger energielabel (de rating die aangeeft hoe duurzaam een woning is, red.) te verkrijgen."

Giesbers illustreert de energiewinst aan de hand van een rekenvoorbeeld: “Bij een gewone computer heb je 100 eenheden nodig aan energie en daarbovenop nog eens 50 om deze te koelen, dus in totaal 150 eenheden. Met onze oplossing heb je die 50 eenheden voor koeling niet nodig. En omdat we ook nog eens 30 eenheden aan warmte hergebruiken, verbruik je feitelijk 70 eenheden. Het biedt dus naast verduurzaming ook financieel voordeel. De energiewinst kan bijvoorbeeld worden gegeven aan de bewoners, in de vorm van lagere stookkosten. Dat de computers niet gekoeld hoeven te worden, is winst voor de cloudgebruiker.”

Zwembaden

Met name publieke instellingen kunnen goed samen een duurzame, decentrale cloud bouwen, benadrukt Giesbers. “Via onze Cloudboxes kun je verschillende woningcorporaties, ziekenhuizen en onderwijsinstellingen aansluiten. De afzonderlijke instellingen hebben dan niet meer de kosten en verantwoordelijkheid voor het bouwen van een eigen cloud, maar wel een mooie energiebron om hun vastgoed mee te verwarmen.” Naast publieke instellingen, VvE’s en woningcorporaties zouden bijvoorbeeld ook hotels veel baat kunnen hebben bij deze vorm van netwerk- en energievoorziening. “Neem het verwarmen van zwembaden en het warmwatergebruik in zo’n hotel. En het netwerk kan natuurlijk worden gedeeld met andere gebouwen.”

Wat kan Zanders hierin betekenen?

Is dit ook een duurzame oplossing voor uw organisatie? Is het deels te subsidiëren? En is het een mooie combinatie met zonne-energie? Wij kunnen daar met een business case veel inzicht in geven.

Neem voor vragen of meer informatie contact op met Hendrik Pons via +31 35 692 89 89. Meer informatie over deze oplossing van GreenEdge: www.greenedge.cloud

image