De koorddans van ziekenhuis en zorgverzekeraar

Begin januari meldden diverse media dat de onderhandelingen tussen zorgverzekeraars en ziekenhuizen moeizaam verlopen en dus bepaald nog niet afgerond zijn. Een aantal jaren is dit redelijk goed verlopen, maar door de tegengestelde belangen is deze problematiek weer teruggekeerd.


Het is duidelijk dat het Hoofdlijnen Akkoord 2018 begint te schuren. Het vasthouden aan de nullijn blijkt in de praktijk nog niet haalbaar. Onder andere door demografische ontwikkelingen stijgt de zorgvraag, maar het lukt de partijen niet de beoogde transitie van ziekenhuiszorg naar de eerstelijnszorg in hetzelfde tempo te realiseren. Ondertussen willen verzekeraars toch vasthouden aan de nullijn en ziekenhuizen geen patiënten de deur wijzen. In sommige afspraken, met name waarin sprake is van “doelmatige zorg”, wordt geleverde zorg boven het overeengekomen plafond alsnog (deels) vergoed.


Maar boven de zorgvraagtoename moet er, wat de ziekenhuizen betreft, nog meer geld bij. De recente CAO-afspraken worden niet vergoed binnen de reguliere afspraken met de zorgverzekeraar. Daarnaast is het algemeen bekend dat het investeringsniveau de laatste jaren is achtergebleven. Ziekenhuizen kunnen hun noodzakelijke investeringen niet blijven uitstellen, of dat nu in renovatie, het elektronisch patiëntendossier of anderszins verdere automatisering betreft. In de exploitatie moet ruimte worden gecreëerd om de extra financieringslasten (rente en afschrijving) langjarig te kunnen dragen.


Het leveren van zorg tegen een juiste vergoeding is daarmee balanceren op een steeds dunner koord geworden. De vraag is hoe het ziekenhuis erin gaat slagen om dit binnen de exploitatie op te vangen en te blijven voldoen aan haar financieringsratio’s. De transitie levert geen bezuinigingen op. Ombuigingen moeten komen uit de toepassing van nieuwe concepten, die leiden tot een hogere efficiency en een lagere vraag naar tweedelijnszorg. Deze ontwikkelingen verlopen echter trager dan gewenst. Tot die tijd moet, vinden de ziekenhuizen, de zorgverzekeraar bijspringen. In ieder geval, zoals boven al gemeld, door “doelmatige zorg” boven het plafond te vergoeden. Het alternatief is om, daar waar de tarieven nog ruimte geven, deze te verhogen. P of Q dus.


De business case van het ziekenhuis, met een projectie van de nieuwe investeringen, kan niet langer gemaakt worden aan de hand van de uitkomsten van de onderhandelingen met de zorgverzekeraar. Nee, tijdens het proces van onderhandelen zal degene die aan de knoppen van het meerjarenbegrotingsmodel zit – de treasurer – betrokken moeten worden in het traject. Dit geeft het ziekenhuis meer inzicht in de financiële consequenties. Het delen van deze inzichten met de zorgverzekeraar kan de argumentatie van het ziekenhuis beter onderbouwen en biedt zo meer inzicht tijdens de onderhandelingen. De verzekeraar wordt op die manier directer betrokken bij de meerjarenraming en de financiële gezondheid van het ziekenhuis op lange termijn. Het wordt daarmee een gezamenlijk doel om langjarig betaalbare zorg te realiseren.


In de onderhandelingsfase met de verzekeraar wordt een belangrijk deel van de financiële business case vormgegeven. Het ziekenhuis wil aan de onderhandelingstafel kunnen sturen op de meerjarige impact van de uitkomsten. Alleen zo kan gewaarborgd worden dat er een propositie ontstaat die voor banken financierbaar en voor het WfZ te borgen is, en waarbij het ziekenhuis langjarig in staat is om aan de financieringsratio’s te voldoen. Het blijft dan balanceren, maar wel op een steviger koord.

Vragen?

Neem contact op met Koen Reijnders

via +31 35 692 89 89.

image