Liquiditeitsspreadrisico:

De impact van een fluctuerende liquiditeitsopslag op de winstresultaten van banken


Wat verstaan banken onder de liquiditeitsopslag, wat voor risico vormt een fluctuerende liquiditeitsopslag voor hen en hoe kunnen zij dit risico in hun risicobeheerraamwerk opnemen?

Retailbanken maken gewoonlijk gebruik van kortlopende funding (bijvoorbeeld via spaartegoeden van klanten) om langlopende leningen te kunnen verstrekken. De winstgevendheid van deze activiteit hangt sterk af van de prijsstelling voor spaartegoeden en leningen. Het klanttarief is opgebouwd uit een rentecomponent, een liquiditeitsopslag en een marge voor bijvoorbeeld het operationele- en kredietrisico. Om het risico van een daling van de winstgevendheid te beperken, dekken banken binnen hun risicobeheerraamwerk het renterisico vaak af. De wereldwijde financiële crisis van 2007-2008 heeft echter duidelijk gemaakt dat de liquiditeitsopslag ook een significante impact op de winstgevendheid kan hebben. Meting en afdekking van dit type risico staat in de bankensector echter nog in de kinderschoenen. In dit artikel maken we gebruik van een gestileerd voorbeeld om de impact van het liquiditeitsspreadrisico (LSR) op de resultaten van banken te verduidelijken. In aanvulling hierop gaan we uitgebreid in op de uitdagingen waarmee banken bij LSR-beheer geconfronteerd worden.

Liquiditeitsspreads

De wereldwijde financiële crisis van 2007-2008 vormde een belangrijk keerpunt voor de liquiditeit in het financiële systeem. In de jaren vóór de crisis was funding op grote schaal en tegen lage tarieven beschikbaar, vooral voor kredietwaardige en grote banken. Deze banken hoefden meestal slechts een kleine opslag bovenop de swaprente te betalen om funding aan te kunnen trekken. Banken konden zo aanzienlijke winsten boeken. Ondertussen werd alom gedacht dat deze omstandigheden zo aantrekkelijk zouden blijven. Tijdens de wereldwijde financiële crisis verminderde de liquiditeit echter. Banken waren minder bereid om elkaar geld te lenen vanwege hun onzekerheid omtrent blootstelling aan gestructureerde producten. In reactie op de verminderde liquiditeit brachten banken elkaar een hogere opslag bovenop de swaprente in rekening bij het uitlenen van gelden. We kunnen de liquiditeitsspread dan ook omschrijven als de opslag die banken uit liquiditeitsoogpunt bovenop de swaprente betalen en ontvangen.

Liquiditeitsspreadrisico

De liquiditeitsopslag vertoont procyclisch gedrag in de zin dat deze gewoonlijk daalt tijdens periodes van economische groei als er veel liquiditeit is en gewoonlijk stijgt tijdens periodes van economische krimp als de liquiditeit afneemt of beperkt is. Dit procyclische gedrag is ook van invloed op de prijsstelling voor kortlopende tegoeden en langlopende leningen. De winstgevendheid van een bank wordt dus ook beïnvloed door veranderingen in de liquiditeitsopslag. Het risico dat de winstgevendheid van banken aangetast kan worden door procyclische fluctuaties in de liquiditeitsopslag noemen we het liquiditeitsspreadrisico (LSR).

Gestileerd voorbeeld voor een hypothetische bank

In dit voorbeeld gaan we uit van een bank die direct opvraagbare spaartegoeden van retailklanten gebruikt ter financiering van hypotheekleningen voor retailklanten. De balans van deze bank wordt links in Figuur 1 getoond. Voor de analyse in dit artikel gaan we uit van een statische balans. De hypotheekleningen hebben een contractuele looptijd van 20 jaar, een vaste liquiditeitsopslag en een couponrente die in het algemeen tot het einde van de looptijd vastligt. De direct opvraagbare spaartegoeden van retailklanten hebben geen contractuele looptijd. De klantrente die de bank op de hypotheeklening ontvangt en de rente die de bank op de spaartegoeden uitkeert, worden rechts in Figuur 1 getoond. Hier wordt ook de uitsplitsing van de klantrente in een rentecomponent, een risico-opslag en een marge getoond. We veronderstellen dat kasmiddelen en kasequivalenten niet-rentedragend zijn.

Figuur 1: Opbouw balans (links) en klantrentes (rechts) voor de bank

Resultaten

De winstresultaten van de bank worden gevormd door het verschil tussen de ontvangen klantrente op de hypotheeklening en de betaalde klantrente op de spaartegoeden. Op basis van de getoonde klantrentes in Figuur 1 bedraagt de winst 200 basispunten (bp), namelijk de klantrente op de hypotheeklening (300 bp) minus de klantrente op de spaartegoeden (100 bp). Het resultaat bestaat voor de helft, 100 bp, uit de marge op de hypotheeklening. De andere helft is afkomstig van de mismatch in looptijden tussen de hypotheeklening (met een lange looptijd) en de spaartegoeden (met een kortere looptijd). Figuur 1 toont de invloed van de toekomstige fluctuaties in ieder van deze componenten op de winst. De impact van deze fluctuaties hangt af van de mate van gevoeligheid van beide klantrentes voor deze componenten. De mate van gevoeligheid kan gemeten worden via de zogeheten pass-through rate (PTR, het doorberekeningspercentage) van ieder van de componenten. De PTR geeft weer voor hoeveel procent een bepaalde verandering in de marktrente of de liquiditeitsopslag wordt doorberekend in de klantrente voor hypotheekleningen en spaartegoeden.

De PTR voor vastrentende instrumenten wordt volledig bepaald door de renteherzieningsdatum van het contract. Gewoonlijk wordt een verandering in de marktrente of liquiditeitsopslag volledig doorberekend op de renteherzieningsdatum. Voor spaartegoeden valt de PTR lastiger te bepalen, omdat er geen duidelijke renteherzieningsdatum is. Veranderingen in de marktrente en de liquiditeitsopslag worden in de loop der tijd geleidelijk doorberekend in de klantrente. Banken die deze veranderingen niet in de klantrente doorberekenen, zullen ondervinden dat klanten overstappen naar andere concurrerende banken die de rente wel verhogen. In de volgende paragraaf kijken we naar de impact op de winst voor verschillende scenario’s voor de marktrente en de liquiditeitsopslag.

Impact van liquiditeitsopslagrisico op de winst

Om de impact op de winst in het eerste jaar te laten zien, rekenen we drie marktscenario’s door. In het basisscenario veranderen de rente en de liquiditeitsspread niet. In de andere twee scenario’s wordt een stijging van de marktrente en van de liquiditeitsspread met 100 bp bekeken. Verondersteld wordt dat de PTR voor de marktrente en de liquiditeitsopslag in het eerste jaar 50% bedraagt (zie Figuur 2). Dit betekent dat de veranderingen in beide componenten het eerste jaar voor 50% worden doorberekend in de klantrente. Daarentegen wordt de PTR voor hypotheekleningen voor het eerste jaar op 0% gesteld, aangezien de renteherziening niet in het eerste jaar maar pas na 20 jaar plaatsvindt.[1]

Figuur 2: PTR voor de marktrente en de liquiditeitsopslag in het eerste jaar

Figuur 3 toont de winst voor de drie scenario’s. In het tweede scenario met een opwaartse renteschok van 100 bp stijgt de rente op de spaartegoeden met 50 bp. Aangezien de klantrente op de hypotheeklening ongewijzigd blijft, daalt de winst van 200 bp naar 150 bp. De impact is identiek voor een opwaartse schok van de liquiditeitsopslag met 100 bp in het derde scenario. De winst daalt van 200 bp naar 150 bp omdat de rente op de spaartegoeden met 50 bp stijgt en de rente op de hypotheekleningen gelijk blijft. Dit voorbeeld laat zien dat fluctuaties in de marktrente en in de liquiditeitsopslag beide impact hebben op de winst.

Figuur 3: Winst in het eerste jaar voor de drie scenario’s

Afdekking van renterisico en liquiditeitsspreadrisico

Onder normale marktomstandigheden kan een bank renteswaps inzetten om het renterisico dat gelopen wordt over de winst af te dekken. Dit wordt in Figuur 4 grafisch weergegeven voor de hypothetische bank in ons voorbeeld. De bank koopt (bijvoorbeeld) een 10-jaars renteswap met een nominale hoofdsom die gelijk is aan de helft van het totale spaarvolume. Als de marktrente met 100 bp stijgt, wordt de klantrente met 50 bp verhoogd. Deze stijging valt echter weg tegen de opbrengst van de renteswap die ook 50 bp bedraagt. Hierdoor blijft het resultaat stabiel op 200 bp.

Figuur 4: Het renterisico over het bankresultaat wordt afgedekt met een renteswap

Voor het liquiditeitsspreadrisico zijn dergelijke afdekkingsinstrumenten echter niet direct voorhanden (zie het tekstkader voor een nadere toelichting op LSR-hedging). Het gevolg hiervan is dat dit risico alleen bij aanvang van de retailproducten beheerst kan worden. Banken die geen systeem hebben voor LSR-meting en -beheer stellen hun winstresultaat zonder het te weten bloot aan risico.

Conclusie

De liquiditeitsopslag is een factor die het winstresultaat van banken beïnvloedt. Hoe groot de impact is, hangt af van de gevoeligheid van de klantrente op tegoeden en leningen ten opzichte van fluctuaties in de liquiditeitsopslag. Bij de meeste retailbanken die kortlopende funding gebruiken om langlopende leningen te financieren, zal de winst dalen als de liquiditeitsopslag toeneemt. Banken kunnen hun risicometing- en -beheersystemen verbeteren door hierin ook het liquiditeitsspreadrisico mee te nemen. Een eerste stap kan zijn om onafhankelijk van het renterisico ook voor het liquiditeitsspreadrisico Earnings-at-Risk-scenario’s uit te voeren. Hierdoor krijgt de bank inzicht in de impact van liquiditeitsspreads op het winstresultaat en kan een adequaat LSR-beheersysteem opgezet worden. Dit is niet triviaal gezien de diverse uitdagingen (zie de lange versie van dit artikel op onze website voor een uitgebreide beschrijving) waar banken mee moeten aangaan bij het LSR-beheer. De voornaamste uitdagingen zijn de meting van de liquiditeitsopslag-gevoeligheid van de klantrente bij producten zonder vaste looptijd, de LSR-meting voor bedrijfsonderdelen in een FTP-raamwerk en de daadwerkelijke afdekking van het risico, de LSR-hedging. De hedgen van het liquiditeitsspreadrisico zal ook centraal staan in een vervolgartikel in een volgende editie van dit magazine.

Voetnoot:

[1] In dit voorbeeld worden vervroegde aflossingen omwille van de vereenvoudiging buiten beschouwing gelaten.

Meer informatie

Voor vragen over dit artikel of nadere informatie over het liquiditeitsspreadrisico kunt u contact opnemen met

Geert Jan den Hertog of Pieter de Boer

via +31 35 692 89 89.