De noodzaak van een genormaliseerde EBITDA

Accepteer de convenanten van uw financiers niet (direct)!

In de vorige editie van dit magazine bespraken we de EBITDA-marge als ratio voor het monitoren van de liquiditeitspositie van zorginstellingen. Dit keer zoomen we dieper in op de EBITDA-berekening. De EBITDA wordt door de meeste financiers gebruikt om de performance van een organisatie te monitoren waarbij invloeden van bepaalde factoren, zoals financiële en boekhoudkundige beslissingen en belastingen, buiten beschouwing worden gelaten. Intern kan de EBITDA goed worden gebruikt als sturingsmechanisme.


De EBITDA berekent de inkomsten van een organisatie voor aftrek van rente, belastingen, afschrijvingen en amortisatie. Met deze omschrijving lijkt de EBITDA-berekening redelijk ’straight forward’. De praktijk is echter weerbarstiger. Niet voor alle partijen worden posten van de W&V-rekening op dezelfde manier behandeld en in sommige gevallen worden er specifieke afspraken gemaakt. De interpretatie van posten beïnvloedt de berekening. Interpretatieverschillen bij de samenstelling van de EBITDA kunnen een regulier gehanteerde norm minder realistisch maken.


Waar liggen dan de triggers? In de berekening van de EBITDA, die vaak als eenvoudig alternatief wordt gezien voor de ’operationele vrije kasstromen’ binnen een instelling, dient rekening te worden gehouden met incidentele posten. Indien deze eenmalige items meegenomen worden, is het lastiger om een structureel beeld te krijgen van de EBITDA en de aan EBITDA verbonden convenanten (zoals Net Debt/EBITDA en EBITDA-marge).


Anders gesteld, een instelling dient te definiëren wanneer een positieve of negatieve post als incidenteel dan wel structureel kan worden aangemerkt. In de praktijk blijkt dat op voorhand (bij het opstellen van een convenant) vaak lastig te definiëren. Ter illustratie: indien een instelling eenmalig winst heeft behaald op een verkoop en dit meeneemt in de omzetberekening, werkt dit eenmalig als een EBITDA-verhoging. Het daar opvolgende jaar zal de EBITDA lager uitvallen. Dit geeft een incorrect beeld van de structurele cash-genererende capaciteit.


Ook is het goed om op voorhand na te denken over het effect van dotaties op de EBITDA. Wanneer er een eenmalige dotatie in wordt meegenomen, geeft dit een incorrect beeld met betrekking tot de cashflows. Bovendien genereren dotaties in de basis geen kasstroom, waardoor deze als amortisatie gezien zouden kunnen worden en dus geen invloed zouden moeten hebben op de EBITDA.

Dus wat is nu precies de noodzaak van een genormaliseerde EBITDA? Gegeven het feit dat financiers steeds vaker een minimale EBITDA hanteren waaraan moet worden voldaan, lijkt het meer dan logisch om de structurele omvang van de operationele vrije kasstromen weer te geven. Daarom heeft het de voorkeur een norm op te stellen waarbij geen ruimte is voor incidentiele posten.


Het belang van de samenhang tussen het correct vaststellen van de norm, het opstellen van definities voor de verschillende posten en het interpreteren van de posten wordt te vaak onderschat. Kortom, een genormaliseerde EBITDA geeft een reëel beeld van de cash-genererende capaciteit van een instelling. Het hanteren daarvan is van toenemend belang bij het arrangeren van financiering, omdat financiers de EBITDA steeds vaker als indicator opnemen in hun convenanten. Accepteer dus niet zomaar de (aanvullende) normen zonder de EBITDA-definitie duidelijk af te kaderen!